Holterveldseweg 4 - Akten, Verhalen en Gebeurtenissen

  • Akten, verhalen en gebeurtenissen:




    (transcriptie door Sikke Postma)

    ECAL
    Toegangsnummer : 3011
    Inventarisnummer : 345

    No 117 en 1600 122

    Op heden den eersten october des jaars achttien honderd twee en zestig, in het logement van Schoenmaker aan den Keijenborg onder Zelhem, ten verzoeke van: Engelbertus Hilderink, klompenmaker wonende te Zelhem, ben ik meester Hendrik Adrianus Jacobus Pennink, notaris in het arrondissement Zutphen, standplaats hebbende te Zelhem, in tegenwoordigheid van Constant Boddens, candidaat notaris, en Jan Willem Klumper, afslager, beiden wonende te Zelhem als getuigen overgegaan tot de voorlopige toewijzing van een daghuurdersplaatsje op het Holterveld, in de buurtschap Bekveld onder Hengelo, kadastraal aldaar bekend in sectie H numeris: 1196 (elf honderd zes en negentig) huis en erf, groot drie roeden negentig ellen, en 1197 (elf honderd zeven en negentig) bouwland, groot acht en negentig roeden negentig ellen, waarvan volgens verklaring van partijen geene titels van aankomst, noch overschrijving in de registers van hijpotheken bij hen bestaan of bekend zijn.
    Het voorschreven plaatsje wordt door den rekwirant geveild op navolgende voorwaarden:

    [Artikel één t/m twaalf]

    Op vorenstaande voorwaarden en na opentlijke voorlezing van dezelven, word het plaatsje ingezet door Hendrikus Stapelbroek, klompenmaker wonende te Hengelo
    op dertien honderd zestig gulden               f 1360,-
    en verhoogd met honderd dertig gulden      -  130,-
    Zamen veertien honderd negentig gulden    f 1490,-

    De inzetter is tegenwoordig, en heeft verklaard te accepteren op voorwaarden als boven.
    De rekwirant is mede tegenwoordig.
    En hiermede de voorlopige toewijzing gedaan zijnde, hebben wij deze acte gesloten.
    In deze acte zijn doorgehaald op de eerste bladzijde: in den derden regel een woord, te veranderen in en daarvoor te lezen: Hengelo; en in den vijfden regel een woord, te veranderen in en daarvoor te lezen: Hengelo.
    De comparanten en de getuigen zijn aan mij notaris bekend. En onmiddellijk na voorlezing hebben de comparanten met de getuigen, benevens mij notaris, deze acte, waarvan minuut is opgemaakt, onderteekend.
    [w.g.]
    E Hilderink H Stapelbroek
    Boddens JWKlumper
    H.A.J.Pennink

    Geregistreerd te Doesburg op 04-10-1862

    No 1600 122

    En op heden den vijftienden october achttien honderd twee en zestig, in het logement van Schoenmaker aan den Keijenborg onder Hengelo, en ten verzoeke en in tegenwoordigheid van Engelbertus Hilderink klompenmaker wonende te Hengelo, ben ik meester Hendrik Adrianus Jacobus Pennink, notaris in het arrondissement Zutphen, standplaats hebbende te Zelhem, in tegenwoordigheid van Constant Boddens candidaat notaris, en Jan Willem Klumper afslager, beiden wonende te Zelhem als getuigen, overgegaan tot de uiterlijke toewijzing van de onroerende goederen, welke voorlopig zijn toegewezen bij vorenstaand procesverbaal, waartoe wijders dat verbaal de kwaliteit van den rekwirant, de omschrijving van het perceel, en de koopvoorwaarden behelzende, vooraf opentlijk werd voorgelezen.
    Daarna, de goederen in afslag gebragt zijnde, werd het plaatsje gemijnd door Hermanus Beudel, klompenmaker wonende te Steenderen op zestien honderd gulden.
    De verkoper verklaarde hetzelve in koop te gunnen; terwijl de kooper verklaarde het voor gemelde som in koop aan te nemen.
    En hiermede de uiterlijke toewijzing gedaan zijnde hebben wij deze acte gesloten.
    De comparanten en de getuigen zijn aan mij notaris bekend. En onmiddellijk na voorlezing hebben de comparanten met de getuigen, benevens mij notaris, deze acte, waarvan minuut is opgemaakt, onderteekend.
    [w.g.]
    E Hilderink     HW:Beudel
    JWKlumper
    Boddens        H.A.J.Pennink

    De in deze niet gespecificeerde dogh onwettige kosten worden door mij notaris begroot op één ten honderd.
    [w.g.]
    H.A.J.Pennink

    Geregistreerd te Doesburg op 16-10-1862

    Woordelijk gelijkluidend afschrift uitgegeven

    Overgeschreven te Zutphen 21 october 1862 deel 259 no 114




    LEES OOK:

    pdf1870 Successieaangifte van Johanna Beudel-Takkenkamp

    Transcriptie door Sikke Postma
    Bron Gelders Archief 


     

    Recht van successie

    De ondergeteekende Hendrik Hendriks, landbouwer te Hengelo, in algeheele gemeenschap van goederen gehuwd met Wilhelmina Hermsen Hendrikus dochter, blijkens uiterste wil, waarvan de akte den 18 october 1911 voor notaris J.M. Koning te Hengelo werd verleden, eenige erfgename van Bernardus Hermsen, landbouwer te Hengelo, die den 22 januari 1924 aldaar, als weduwnaar van Wilhelmina Hermsen is overleden, zijnde gemelde erfgename eene broeders-dochter van den echtgenoot van na te noemen erflaatster.
    De ondergeteekende die ter zake dezer aangifte, woonplaats kiest ten kantore van notaris Koning, voornoemd, verklaart:
    Dat Wilhelmina Hermsen, echtgenoote van Bernardus Hermsen den 24 october 1923 te Hengelo, hare laatste woonplaats, zonder bloedverwanten in de rechte lijn na te laten, is overleden, tot haren eenigen en algeheele erfgenaam, zoowel krachtens de wet, als ingevolge haren uitersten wil, waarvan de akte den 18 october 1911 voor genoemden notaris Koning werd verleden, nalatende haren echtgenoot Bernardus Hermsen, voornoemd.
    Dat erflaatster geen goederen als bezwaarde erfgename heeft bezeten, geen zaken van derden in bewaring had, geen gereed geld en geen onroerend goed heeft nagelaten, geen schenking, afstand, overdracht of kwijtschelding deed, die als legaat zou worden belast en door haar overlijden geen andere dan de hierna genoemde lijfrente en geen periodieke uitkeering of vruchtgebruik is vervallen of bij opvolging overgegaan.
    Dat bij akte den 16 november 1916 voor genoemden notaris Koning verleden, het huis, erf, tuin en wei- en bouwland te Hengelo en aldaar kadastraal bekend sectie F nrs 989 en sectie H nrs 1196 en 1197, samen groot 1 hectare 83 are 50 centiare door erflaatster en wijlen haren echtgenoot is verkocht aan den aangever in deze en dat door hem ter voldoening aan den koopprijs eene lijfrente werd gevestigd op de lijven der verkoopers, bedragende voor ieder f 250,= per jaar.
    Dat gemeld onroerend goed op het overlijden der erflaatster eene waarde had van    f 3000,=
    en door aangever aan lijfrente aan genoemde verkooper is uitgekeerd eene som van f 3500,=
    dat het aan den aangever niet bekend is, dat ten gevolge van het overlijden der erflaatster uitkeering in kapitaal of rente moet plaats hebben.
    Dat de aangever en zijne echtgenoote in geenerlei vorm van de erflaatster eenige aan recht onderworpen schenking in den zin der successiewet hebben ontvangen.
    Dat in de laatste twee jaren door de erflaatster geen schenkingen zijn gedaan.
    Dat de overledene niets heeft nagelaten.
    Geteekend te Hengelo (G) 8 october 1924.
    [w.g.]
    H. Hendriks

    Vrij van eed, en recht.





     

     

     

Laatst aangepast op donderdag 22 oktober 2026 07:50