Diverse vermeldingen uit de regio

Eerder verschenen op de website :Ibings                                                www.oudhengelo.nl                                                                                      
1726

De staten van het Furstendom Gelre en de Greafschap Zutphen vaardigen twee resoluties uit, waarin wordt verboden dat nieuwe joden met de woon op het platte Land binnen dese provincie sullen mogen ter neder setten in eenigerley manieren.

Een reeks van verboden zullen nog volgen. De staten zijn beducht voor goed georganiseerde roversbenden met joodse leden, die vooral in Noordrijn-Westfalen en bij de Nederlandse oostgrens rondtrekken en de politie handen vol werk bezorgen.

De gelderse staten kondigen een plakkaat af met uitvoerige beperkingen voor joodse families.



1726 Mei 27.

Tegen het wonen en vernachten van Joden ten platte Lande

Dat gene vreemde of nieuwe joden of Smoussen, die quansgewys met een winkeltje, met Slachten of enige andere Neringe of Handtteringe de kost soecken te winnen, haer voortaen met de Woon op ’t platren Landt binnen dese Provintie reets hier of daer binnen Steden deser Provintie mochten bevinden, welcke ten opsichte dat sy haer ten platten Lande meter Woon niet sulle mogen ter neer setten, oock als Vreemdelingen geconsidereert sullen werden .

Straffen bij niet naleving van de verordeningen: Publycke Gesselinge en Bannissement uit dese Provintie.

1727.

Bendix Jacobs, pakdragende koopman, wil bij de Aaltense familie van Abraham Davids drie nachten doorbrengen om het joodse paasfeest te kunnen vieren.

Die overnachtingen zijn verboden ondanks dat Bendix (Benedict) al ruim twintig jaar in de achterhoek en Twente zaken doet. Bendix die verondersteld dat de plakkaten niet zo streng zullen worden gehandhaafd, wordt verraden, opgepakt en gevangen gezet in Bredevoort.

Abraham Davids 44 jaar oud protesteert tegen de smadelijke ophalinge van Bendix. Abraham verklaart in Aalten maar negen mensen gehad te hebben voor de sjoeldienst zodat minjan was uitgesloten. (Minjan, is het minimum aantal van tien kerkelijk meerderjarige mannen, die minstens dertien jaar en een dag oud zijn om een gemeenschappelijke dienst te kunnen houden).

Rechter Labane de Thaij en de gerichtslieden Vrijmoet en Coets verhoren Bendix.

Hij vertelt dat hij in Posen (Poznan) in Polen is geboren, geen vaste verblijfplaats heeft, veel handel drijft in Twente en soms in de openlucht slaapt.

Begin April heeft hij Marcus Levi in Groenlo geholpen met het bakken van matzes. Bendix handelt in rijriemen en linten. Hij heeft in Aalten overnacht om de Aaltense joden te helpen en daarom bepleit hij vrijspraak. Helaas beslist de rechter anders.

Bendix moet binnen 24 uur zijn biezen pakken en Abraham krijgt een vermaning. Hij moet “ootmoedigst om verschoning verzoeken en beloven dat hij zich in de toekomst daarvan te wagen” De beklaagden Abraham en Bendix draaien voor de kosten van het proces op.

1758.

De Duitse overheid verspreidt een brochure met een waarschuwing tegen bijna 200 joodse struikrovers die Westfalen onveilig maken.

De magistraat van het Richterambt Doetinchem geeft richtlijnen ter versterking van de plakkaten van mei en oktober 1726, opgesteld voor de Joodse Natie en tot het weren van vagebonden, gauwdieven en ander rondtrekkend volk zulks elke drie maanden aan alle kerken aangeplakt.

1765. Vagebonden, gauwdieven en ander rondtrekkend volk.

Dat de poënaliteit op de herbergiers, huijsluiden en andere, die de passerende en omswervende Joden logeren gestatueert, behoorde gemodereert te worden, zowel die Smaussen, als ander diergelijck volck logeren, en desehalve na exigentie van zaaken zullen worden gestraft.

Verbiedende alle ingesetenen zulke quaddoeners willens en wetens te herbergen of tot hunne onthoudinge … of gunstig te weesen, op poëne van arbitraire straffe.

Dat ten opsigte van de lediggangers, landlopers en diergelijke nergens anders dan in de Herbergen van de groote Heeren Weegen zullen mogen vernagten, en dat zodane Smaussen en landlopers gelogeert hebbende, en daarvan overtuigd wordende, na exegentie van zaeken zullen worden gestraft.

Behalve kramers met een bewijs van goed gedrag mogen langs wegen trekkende Ketelboeters, Zulverpriemers, Swaevelstockverkopers, Stoelwinders of matters, Schorsteen Vagers, Leprosen, Quakzalvers, Rattenkruijd en Plakken Verkopers, Messen en Schaaren Slijpers, Liedjeszangers, Speelmannen, Gochelaers, Omlopers met Kijkkasten en diergelijke” zich zonderverblijfsver-gunning niet binnen het ambt Doetinchem ophouden en met hun beroep geld verdienen.

1989 12 mei.

reglementJoden mogen ingevolge van het reglement betreffende het huisvesten of logeren ten platte lande niet op afzonderlijke plaatsen wonen en slechts kort in dorpen.

Ze moeten jaarlijks een bewijs van goed gedrag aanvragen. Bij voorgenomen afwezigheid van langer dan acht dagen moet een bewijs van goed gedrag worden overlegd en bij vertrek en terugkeer moet de reiziger zich melden bij de politie.

 

1810

Levij Windmuller was 30 jaar voorzitter van de van de kille Hengelo, namelijk van 1810-1840.

Hij was geboren te Frankenberg aan de Eder (RAG, RBS, DTB Hengelo) , een klein stadje  in het Keurvorstendom Hessen. In 1808 was hij getrouwd met de Harlingse Betje liefmans.

Levij ondertekende in 1813 een lijst met familie’s die tot de kille behoorden:

1 Sander Philips (geb. 26 juni 1760) en zijn vrouw Lena Samuels (38 jr.) en hun kinderen Philip 10, Jacob 2 en Sara 12 jaar.

2 Jude Jacobs (geb. 31 maart 1776) en zijn vrouw Dina Levy Heilbron (29 jr.) met hun kinderen Simon 3, Joseph 1, en Judith 5jaar.

3 Levij Windmuller (geb. geb. 7 september 1777), zijn vrouw Betjen Liefmans en hun kinderen Joseph 3 en Judith 5 jaar.

4 Salomon Levi Marchant (geb. 15 januari 1779), zijn vrouw Betje Harz (24 jr.) en hun kinderen Samuel 2 jaar en Meijer 10 weken.

5 Victor Hanau (geb. 28 mei 1761), zijn vrouw Hanna (44 jr.) en hun kinderen Eddele 14, Abraham 12, Joseph 7, Eva 5 en Judith 4 jaar.

6 Joseph Meijer (geb. 19 januari 1761) en zijn vrouw Siela (54 jr.)

7 Aron Philip (geb. 6 mei 1779)

 8 Elias Philip, 22 jaar.

 

1811 November 18

Volgens een decreet van Napoleon dat op 18 november 1811 in werking trad, moest iedereen een familie of achternaam laten registreren. In Doetinchem geschiedde dat op 30 oktober 1812