De broodlevering op Hemelvaartsdag bij de Muldersfluite tussen Zelhem en Hengelo is een eeuwenoude traditie.

Door G. Rijsdorp en H.M. Somsen

02 1921 Muldersfluite foto ECAL 1926 Een groot brood van 70 pond wordt aangeleverd bij de Muldersfluite.

Oorsprong van de broodlevering.
De oudste gegevens over de roggebroodlevering of broodtiend (belasting in de vorm van broodlevering) zijn te vinden in het markenboek van de Zellemmer-Hattemermarke welke in 1529 begint.
In 1534 komt de provoost van het klooster Bielheim uit Doetinchem op de eerste maandag na Hemelvaartsdag in Zelhem t Zellemerbrijnck naar de ”holting” (bijeenkomst) waar de Cijnsplichtige bouman (belastingplichtige landbouwer) zijn roggebrood moet komen brengen.
Voor het steken van heideplaggen op de gemeenschappelijke onverdeelde gronden was deze cijnsplicht in het leven geroepen, waarbij een roggebrood als tegenprestatie voor het plaggensteken geleverd moest worden.

In 1555 wordt over de broodlevering geschreven in het markeboek van de Dunsborger Hattemermarke. En soe yst ene gewoente dat een ytelick marckenoete (geërfde) in Hertmer marcke by naeme op onsen heeren hemelvaertz avent. Ende een ytelick marckenoete in Zelemer marcke bynaemen des naesten maendages nae onses heeren hemelvaert schuldig is toe brengen een roggen broet. Hertmer marckenoete op Dunsbarch. Ende Zelemer marckenoeten op Zeelmycker brynck welcke marckenoete des nyet en dede die sal dat jaer verwezen blijven van allen vervalle dat om van synrewitte (zijn recht aenkomen mochte).

Als je dit vertaalt staat er, dat het een oude gewoonte is dat de geërfden van de Hengelose Marke op Hemelvaartsavond (dat is de woensdagavond vooraf) verplicht zijn een roggebrood naar de Dunsborg te brengen. En de geërfden van de Zelhemse Marke op de maandag na Hemelvaart naar de Zelhemsebrink of Markt hun brood brengen. Zij, die dat niet doen moeten dat jaar van hun rechten afzien. Het brood werd later uitgedeeld aan de armen van Hengelo en Zelhem.

13 1939ca. Broden aanleveren bij het raam 1946 Broden worden aangeleverd bij het raam van de Muldersfluite.

Broodlevering bij de Möldersfluite.
Later is de gehele uitdeling verplaatst naar de Möldersfluite (Mulderskermis) bij de molen en het molenaarshuis aan de weg van Zelhem naar Hengelo. De liefdadigheid kreeg voor de ‘gevers’ een vorm van een dagje uit, met spel, dans, muziek, eten en drinken. Je kwam destijds nauwelijks van huis en dit was een goede reden om te gaan. Vele vriendschappen zijn op deze dag ontstaan, waar later een huwelijk uit voortkwam. Voor de ‘ontvangers’ was de uitdeling van het brood erg welkom.
Onder toezicht van de beide markenrichters en de scheuters, dat zijn hun helpers, wordt het brood gewogen. De boer die het zwaarste brood, soms meer dan 100 pond, heeft meebracht krijgt twee flessen wijn, de beide erven met de dan zwaarste broden ieder één fles wijn. Weegt het brood minder dan de min of meer verplichte 22 pond, dan moet het erf een boete van 6 stuivers betalen.
De markerichters en de scheuters hebben het recht acht broden te nemen voor hun werkzaamheden. De richters ieder twee en de scheuters ieder één brood. De overige broden zijn voor de armen. Het niet leveren wordt volgens een besluit van 1772 bestraft met een dubbele levering in het jaar daarop.

10 1929ca. Muldersfluite broodwegen Het wegen van de roggebroden door de veldwachter onder toeziend oog van de notabelen.

De Kerken zijn er later bij betrokken.
Tijdens de holting van 3 augustus 1717 op de Dunsborg wordt geruzied over het recht van de uitdeling. Zijn het de markerichters die het bepalen of krijgen de kerken ook rechten? De ‘kerken’ zijn er later wel bij betrokken en gebruiken het gekregen brood bij hun armenzorg.

Verdeling van de broden naar evenredigheid.
Op 4 augustus 1807 wordt nog eens nadrukkelijk vastgesteld hoe de broden moeten worden verdeeld. De behoeftigen van iedere godsdienstige gezindheid van de Ambten Hengelo en Zelhem zullen naar rato van het aantal armen broden ontvangen. De markerichters ontvangen voor hun werkzaamheden ieder twee broden naar keuze en de vier scheuters ieder twee broden. De protestante gemeenten van Hengelo en Zelhem krijgen elk 3/8, de katholieken van de Keijenborg 17/96 en die van Hengelo 7/96 deel. De ontbinding van de Dunsborgermark is op handen. De geërfden blijven bij hun besluit van 25 juni 1834 en 6 februari 1846 over de toekomst van de broodlevering. Die broodlevering door de erven moet bij voortduring plaatsvinden en bij het wegvallen van de markebesturen zullen de gemeentebesturen van Hengelo en Zelhem verzocht worden de broden in ontvangst te nemen en te verdelen.

Akte opgemaakt.
Op 3 april 1846 om 10 uur ’s morgens komen aan het Oude Molenhuis de afgevaardigden van de gemeentebesturen van Zelhem en Hengelo en die van de diaconieën namens de hervormde kerken en de charitas namens de rooms-katholieke kerken bijeen om een akte op te maken, waarin alles wordt vastgelegd. Richter Becking van Zelhem en B. Massink zijn belast met de leiding van de vergadering.
De bepalingen uit eerdere besluiten worden nu nog eens vastgelegd:
Deze overeenkomst is nog eens geregistreerd in Zutphen op 16 januari 1865.
Tot zover de overeenkomst.

De erven die brood moeten leveren volgens deze akte.

Het zijn in Hengelo:
Antink, Beijerink, Branderhorst, Berkerij, Bisschop, Coops, Dunsborg, Elferink, Enzerink, Eulink, Geltink, Hijtink, Huizink, Honnekink, Groot Holte, Klein Holte, Heerink, Groot Jebbink, Klein Jebbink, Keijenborg, Lansink, Lenderink, Mentink, Massink, Nijsink, Reesink, Groot Roessink, Klein Roessink, Sletterink, Tjooitink, Tankink, Tilder, Teuben, Vogelink, Wolsink, Wenink, Warnink, Groot Wassink, Wissink, Wunnink, Winkel, Zwavink, Groot Zessink, Klein Zessink, Zaarbelink en Ziebelink (Schotshuis). Waarvan Lansink twee en de anderen 1 brood moeten leveren.

Het zijn in Zelhem:
Bannink, Beeftink, Bettink Groot en Klein, Beulink, Booltink, Bussink, Buunk, Dimmendaal, Everhardink of Everink, Enink, Gielink, Hemmekink Hogen met Wicherink, Hammink, Hartjes, Hebbink, Hemink, Hoetink, Hogelocht, Hummelink, Jaaltink, Joolink, Kamperman, Lebbink, Lusink, Massink, Mene of Vels, Papenborg, Rensen, Schooltink, Uunk, Vrogten, Vreterink Groot en klein, Waarle, Warnsink, Wentink, Wetink, Wissink, Wolterink, Wullink, Zeeuwink [Seevink], Zeevalkink.
Waarvan Hemmekink, Joolink en Vrogten twee en de anderen 1 brood moeten leveren.

01a 1926 muldersfluite De familie Woerts van boerderij Vels uit Zelhem op weg met het roggebrood naar de Muldersfluite.

 

Latere, blijvende gebruiken.
De broodweging krijgt een feestelijk karakter. Het gebruik van Goudse pijpen, het nuttigen van thee met een koekje en het daarna drinken van rode wijn met suiker en natuurlijk muziek op die middag zijn belangrijk geworden.
Die verdeling van 3/4 voor de hervormden van Hengelo en Zelhem en 1/4 voor de rooms-katholieken is sinds jaar en dag 36/96 voor de hervormden van Hengelo en Zelhem en voor 17/96 voor de katholieken in Keijenborg/Zelhem en 7/96 die in Hengelo. Wanneer in 1858 Halle van uit Zelhem, kerkelijk zelfstandig wordt, blijft ook die meedelen in de broodlevering voor haar behoeftigen.

Onenigheid.
In 1863 is er onenigheid. De Zelhemse diaken W.C. Ermeling, heeft dat jaar ‘dienst’ bij de broodtiend. Hij heeft geconstateerd dat twee broden niet zijn geleverd. Eén van bakker Van Campen en één van de boer op Wullink. Dat is Hendrik Sander Koster een boer met ruim 20 bunder grond!
Hij, Ermeling, heeft het nagegaan en van de eerste was het een vergissing, van de tweede opzet. Hij zou niets verschuldigd zijn. De diaconie van Zelhem kaart de kwestie aan bij notaris Pennink. Wanneer die de markeboeken heeft onderzocht, is het erve Wullink al zeker vanaf 1553 cijnsplichtig. Het duurt tot 26 februari 1865 voordat Hendrik Sander Koster een brief schrijft en erkent cijnsplichtig te zijn.
Zelhem is in 1863 verantwoordelijk voor de attributen die bij de broodweging nodig zijn, zoals de schaal en de gewichten. De burgemeester van Hengelo heeft aanmerkingen gemaakt over het ontbreken van gewichten. Ermeling had juist getracht die aan te vullen, door die te lenen. Ook sprak de burgemeester kwetsende woorden, wanneer Ermeling zich indirect bemoeide met het wegen. Hij wilde de veldwachter, belast met het wegen helpen om ongelukken te voorkomen vanwege de slechte touwen. Hij vraagt nu instructies voor de diakenen van wat zij wel en niet mogen doen.

11 1939 ca. Burgem. Rijpstra aan de pijp GG

1939 de notabelen waaronder burgemeester Rijpstra van Zelhem roken Goudse pijpen en drinken rode wijn.

 

Minimale broodgewichten.
Het te leveren roggebrood moet minimaal 22 pond wegen. Bekijken we over de periode 1858 tot en met 1930 het boek waarin de geleverde hoeveelheden zijn opgetekend, dan kan gesteld worden dat het gewicht van minimaal 22 pond in de praktijk bijna altijd tussen de 23 en 35 pond ligt. Er zijn uitschieters. Er is een gezonde strijd tussen verschillende erven om het zwaarste brood. Wolsink in Hengelo en Lebbink in Zelhem zijn koplopers.

Hieronder enkele getallen:
Zwaarste brood. Tweede brood. Derde brood in ponden

1858: Wolsink H) 97 Lebbink (Z) 88 Groot Jebbink (H) 82
1861: Lebbink 126 Wolsink 115 Groot Jebbink 53
1866: Lebbink 124 Wolsink 60 Groot Jebbink 51
1869: Lebbink 144 Wolsink 56 F. Lebbink (Z) 42
1887: Lebbink 148 Hartjes (Z) 58 Papenborg (Z) 43
1898: Lebbink 153 Beeftink (Z) 72 Papenborg (Z) 55
1902: Lebbink 150 Beeftink 108 Papenborg 97
1911: Lebbink 116 Papenborg 93 Lukink op Heebink 49
1930: Papenborg156 Lenderink H) 92 Groot Antink (H) 82
2010: Tankink 31 Massink 30 Tjoonk 26

U ziet, vaak een competitie tussen enkele erven.

Uitdeling in Zelhem.
In 1856 staat in het Zelhemse notulenboek van de kerkenraad dat de opbrengst voor Zelhem 990 pond is. Totaal moet dan 2640 pond roggebrood zijn aangevoerd bij de Hengelse Molen.
Tot in de jaren vijftig van de twintigste eeuw was het gebruikelijk dat de bewoners van Zelhem die voor een brood in aanmerking kwamen een bon van de diaconie kregen. Op de vrijdag of zaterdag na de broodweging konden zij bij het rusthuis (destijds Armenhuis) aan de Weverstraat een brood ophalen.

19 1946 de twee zwaarste broden nawegen

1946 Brodenwegen in het molenaarshuis de Muldersfluite.

Tradities vervlakken. Opheffen?
Tradities vervlakken. Ook de broodlevering en uitdeling komt in het slop, zodat het in 1921 nodig is alles in het werk te stellen de traditie nieuw leven in te blazen. De heren Wagenvoort en Bouwmeester formeren een groep van 22 paren die in Achterhoeksedracht volksdansen uitvoeren tijdens de brooduitdeling, om een stuk cultuur levendig te houden. Een groot aantal tradities in Nederland wordt door D.J. v.d. Ven op film gezet. In de film Achterhoeks Lenteleven komt deze broodlevering weer tot leven. Het grootste brood dat met Hemelvaartsdag in 1921 de oven verliet bij boerderij Vels in Zelhem, was 80cm lang breed 40 cm en een hoogte van 25 cm. Dit brood van 76 pond is met de kruiwagen naar de Muldersfluite vervoerd. Het tweede brood woog 38 pond en het derde 36 pond. Met een totaalgewicht van 2289 pond roggebrood in 1921 zeker geen slecht resultaat.

Pentekening broodweging 1933

Pentekening uit 1933 van de broodweging.

Daarna zwakt het weer af mede tijdens de jaren van bezetting. Tijdens de kerkenraadsvergadering in 1959 merken de Zelhemse diaken op dat de brooduitdeling folklore is. Het is niet meer nodig, dus opheffen. Willen de burgemeesters van Zelhem en Hengelo doorgaan, dan doen zij dat maar. Maar voor hun hoeft het niet meer. Wel is met deze uitspraak de knuppel in het hoenderhok gegooid. Een maand later staat in hetzelfde notulenboek een heel ander verhaal: Opheffing is in het geheel niet aan de orde! Wel anders inrichten, zoals een paar broden wegen, en de andere boeren een aanslag laten betalen en het binnengekomen geld verdelen.
Er gaat een brief uit naar de cijnsplichtigen gehouden tot broodlevering op Hemelvaartsdag, ondertekend door de burgemeesters van Hengelo en Zelhem en de diaconieën en caritas instellingen van Hengelo, Zelhem en Keijenborg om een vergadering te beleggen over te toekomst van de broodlevering.
Er wordt een commissie gevormd, die de historie belicht en aanbevelingen doet.
Men is zich bewust van het folkloristisch karakter.
Als element van armenzorg, bedeling in natura, past het niet meer in deze tijd en de diakenen twijfelen aan deze vorm van zorg.
Een toenemend aantal cijnsplichtigen onttrekt zich aan de verplichting, of de erven bestaan niet meer of zijn gesplitst of een aantal nieuwe bezitters van de erven weten van dit unieke bestaan nog niet af.
Een brug slaan naar de toekomst heeft alleen zin wanneer een andere invulling aan het geheel kan worden gegeven.

23a Muldersfluite koetsier Jan Looman Varsselsestraat

Koetsier Jan Looman van de Varsselsestraat met de oogstwagen vol roggebrood van de cijnsplichtige boeren.

 

Handhaven.
De commissie stelt voor de broodlevering op hemelvaartsdag te handhaven met alle gebruiken zoals in het verleden. Het merendeel van de aan te voeren broden zal niet meer dan 5 pond mogen wegen.
Eerst zullen de grote aangevoerde broden worden gewogen. De bekroonde met een of twee flessen wijn. De overige broden zullen bij opbod worden verkocht en de opbrengst zal worden verdeeld volgens de bekende verdeelsleutel onder de diaconieën. De VVV is er ook bij betrokken.
Uit toeristisch oogpunt zal de weging bij de Muldersfluite buiten moeten blijven plaatsvinden, zodat iedereen alles goed kan volgen. Verder kunnen dansgroepen, accordeonspelers, kraampjes, demonstraties oude ambachten, enz. het karakter van de middag verhogen.


59 1975ca foto ECAL

1975 het broodwegen onder toezicht van burgemeester van Hout van Zelhem en wethouder Hooman van Hengelo.



35 1975 ca. Muldersfluite foto ECAL

1975 de notabelen kijken mee en roken de Goudsepijpen.



81 1988 ca. foto ECAL

1988 de verkoop van de roggebroden bij opbod.



In grote lijnen is het rapport aanvaard en nog jaarlijks vindt de broodlevering plaats. Eén ding is veranderd: Ieder jaar mag een diaconie of charitas bij toerbeurt de bestemming van de baten bepalen.
In 2003 is het geheel in een stichting ondergebracht die jaarlijks deze bijna 500 jaar unieke traditie organiseert in samenwerking met diverse cultuurhistorie minnende verenigingen en organisaties.
Nog steeds zijn er een aantal grote broden die bij opbod verkocht worden, waarna de kleinere broden aan de beurt komen.

Het gaat nog steeds om het ‘delen met elkaar’ en de traditie van de roggebroodweging die de Achterhoeker hoog probeert te houden.

Bronnen:
Marke boeken.
Gemeentelijke en Kerkelijke Archieven: G. Rijsdorp
Stichting Historische Broodweging Muldersfluite: H.M. Somsen.


09 Cijnsplichtigen tegel in 2015 . foto I. Kroesen

De tegel die bij alle (voormalige) boerderijen, die op Hemelvaartsdag brood leveren
aan de Muldersfluite, naast de voordeur hangt. Foto I. Kroesen-Engelen (2015)

Geldersche Volksalmanak 1843.
Klik op onderstaande link voor een verhaal uit de Gelders Volksalmanak uit 1843.

Pdf 1843 'Mulders Kermis' een verhaal uit de Geldersche Volksalmanak

 
Verpachting molenaarshuis
In 1880 op 6 november is er een mogelijkheid om het molenaarshuis  te pachten lezen we in een advertentie in de Graafschap Bode.

 

 

Arikel geplaats door H.M. Somsen.

Laatst bijgewerkt:12 mei 2018